Stel je voor: je woont in een sociale huurwoning met stadsverwarming of een andere externe energieysteem van een zogenoemde ESCo (Energy Service Company). Je hebt geen keuze voor een andere leverancier en je kunt ook niet “even overstappen” zoals bij gas en stroom. Je rekening komt binnen, en die voelt hoog, zeker als je een klein appartement hebt en het vastrecht een groot deel van de kosten vormt.
Dat is precies waarom er ACM-tarieven bestaan die de tarieven maximeren. Maar een maximumtarief is nog geen bescherming op maat. De vraag is: hoe zorg je dat sociale huurders financieel niet klem komen te zitten, en dat binnen de regels van de ACM? In deze blog leg ik uit wat ACM-tarieven zijn, hoe ze zijn opgebouwd en welke knoppen corporaties, gemeenten en leveranciers hebben om woonlasten te dempen.
Wat zijn ACM-tarieven?
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) stelt elk jaar maximumtarieven vast voor huishoudens die warmte krijgen via een warmtenet (zoals bijvoorbeeld stadsverwarming). Warmteleveranciers mogen niet boven dit plafond uitkomen. Dit systeem is bedoeld om klanten zonder keuzevrijheid te beschermen: dat gaat op basis van het niet-meer-dan-anders (je betaalt niet meer dan bij een vergelijkbare cv-ketel op aardgas). De ACM-tarieven bestaan uit twee hoofdonderdelen:
- Vaste kosten (vastrecht): een jaarlijks bedrag voor aansluiting, onderhoud en levering, los van je verbruik.
- Variabele kosten: prijs per gigajoule (GJ) warmte die je verbruikt.
Daarnaast is er meestal ook een meettarief voor het meten van je verbruik en betaal je huur voor de afleverset. Zonder dat je nog maar één GJ aan warmte afgenomen hebt, betaal je dan € 1.127,- vaste kosten per jaar (max. ACM-tarief 2026 inclusief koeling). Uitgaande van een verbruik van 25 GJ/jaar voor verwarming en 6 GJ/jaar voor warm tapwater bedragen de totale kosten dan € 2.382,-/jaar, ofwel bijna € 200,-/maand. Uitgaande van een gemiddelde sociale huur van € 632,- per maand (bron Woonbond 2025 + index) zijn de energielasten dan 24 % van de totale huisvestingslasten. Dat kun je niet echt bescherming noemen toch?
Er wordt gewerkt aan een nieuwe warmtewet waarbij stapsgewijs van dit systeem wordt afgestapt. Als deze wet op 1 januari in gaat, blijven de warmtetarieven echter vooralsnog op het niet-meer-dan-anders principe vastgesteld.
Waarom drukken deze tarieven extra zwaar op sociale huur?
Voor sociale huurders zijn er twee pijnpunten:
- Weinig beïnvloedbaar vastrecht. Als je zuinig stookt of in een kleine woning woont, blijft het vastrecht vaak een groot deel van je totale rekening.
- Geen overstapoptie. Warmtenet-klanten zijn “gebonden afnemers”. Concurrentie werkt hier niet als prijsrem. Daarom zie je dat veel leveranciers precies het ACM-maximum vragen.
Dat betekent dat bescherming vooral gezocht moet worden in afspraken, beleid en verbruiksreductie.

Drie manieren om sociale huurders te beschermen
1) Contracteer bewust onder het ACM-maximum.
Het ACM-tarief is een plafond, geen richtprijs. Leveranciers mogen lager gaan en sommige doen dat ook. Wat je kunt doen:
- Collectief corporatietarief afspreken: lagere GJ-prijs en/of lager vastrecht voor (een deel van) de portefeuille.
- Meerjarige prijsafspraken bij nieuwe aansluitingen: leg in contracten vast dat tarieven onder het maximum blijven, met een heldere indexatie (niet automatisch “ACM-maximum volgen”).
- Waarom dit werkt? Je benut schaal en zekerheid. Huurders merken dit direct op hun rekening. Let op! In onze praktijk zien we dat dit vaak een onderbelicht onderhandelingspunt is bij corporaties die appartementen aankopen in (gemengde) complexen.
2) Dempen van het vastrecht. (sociaal en transparant)
Omdat vastrecht bij lage inkomens het hardst binnenkomt, kun je dat specifiek verzachten:
- Corporatie betaalt (een deel van) het vastrecht uit eigen middelen of via een woonlastenfonds.
- Er wordt gekozen voor een collectieve afleverset voor meerdere woningen waardoor de totale vastrechtkosten lager liggen en alleen het variabel tarief belast wordt op de huurder. De corporatie betaalt dan het vastrecht ook uit eigen middelen.
- Effect: minder woonlastenstress, vooral bij kleine huishoudens.
3) Gebruik gemeentelijke regie bij (nieuwe) warmtenetten en energiesystemen.
Gemeenten hebben regierol bij warmtenetten en concessies. Bij aanbestedingen of samenwerking kun je eisen stellen zoals:
- Sociale tariefcomponent: bijv. “tarief voor sociale huur minimaal X% onder ACM-maximum”.
- Woonlastenneutraliteit als gunningscriterium: niet alleen prijs per GJ, maar totale woonlast (huur + energie) telt mee.
- Resultaat: structurele bescherming in het systeem, niet via losse steun.
Tot slot: maximumtarief is niet hetzelfde als maximale bescherming
ACM-tarieven zijn een belangrijke basisbescherming, maar sociale huurders hebben méér nodig dan dit prijsplafond.
Het echte verschil maak je door:
- onder het maximum te contracteren;
- vastrecht sociaal te dempen;
- tariefeisen in warmtenet-regie op te nemen;
- structureel verbruik te verminderen;
- kwetsbare groepen actief te ondersteunen.
Zo houd je warmtenetten en energiesystemen niet alleen technisch duurzaam, maar ook sociaal betaalbaar. Ook dit is weer een goed voorbeeld van onze missie ‘Samen werken aan een betere leefomgeving’







